Niet alle oplossingen voor bodemproblemen zijn even eenvoudig om te realiseren. Soms saneren we onder grootschalige infrastructuren, zoals opslagtanks, (chemische) fabrieken, laadstations, wegen). Toegang tot de verontreinigde grond is dan vaak vrijwel onmogelijk. Door horizontale en schuine boortechnieken te gebruiken, kunnen we op onmogelijke plaatsen toch ondergrondse infrastructuur in de bodem krijgen.
Standaard boortechnieken passen we vaak ook onder een schuine hoek toe. Afhankelijk van de boorinstallatie en – methode, kunnen we tot 60 graden schuin boren. Filters plaatsen we dan op de gebruikelijke wijze, waarbij er wel bijzondere aandacht nodig is voor het centreren van het filter in het boorgat.
We gebruiken een pneumatische (of hydraulische) hamer om een stalen mantelbuis de grond in te trillen. Vaak heeft de mantelbuis een conische punt zodat er geen grond in dringt tijdens het plaatsen. We gebruiken een glijgoot om de mantelbuis nauwkeurig te richten; installatie is mogelijk onder iedere hoek, ook volledig horizontal.In sommige gevallen installeren we een geperforeerde buis, in andere gevallen plaatsen we een filter in de mantelbuis en trekken vervolgens de mantelbuis terug.
Een horizontale, gestuurde, boring nauwkeurig sturen was tot voor kort alleen mogelijk door de boorkop uit te rusten met een zender en die op maaiveld te volgen met een ontvanger. Dat werkt niet bij boringen onder (stalen) infrastructuur, zoals opslagtanks, zwaar gewapend betonnen vloeren etc. Moderne apparatuur gebruikt extreme nauwkeurige bewegingssensoren in de boorkop, gekoppeld aan software op een laptop. Deze software bepaalt doorlopend de exacte locatie (3 dimensionaal) van de boorkop. Hiermee kunnen we in situ saneringssystemen plaatsen over honderden meters met een maximale afwijking die kleiner is dan de boorgatdiameter.
Geïnteresseerd hoe GT bodemproblemen oplost met dergelijke technieken?
Klik door naar de factsheets.
| < Prev | Next > |
|---|