Veel metaalfabrieken hebben de bodem en het grondwater verontreinigd met een combinatie van zware metalen en chloorkoolwaterstoffen. Bij herontwikkeling moet de aanwezige verontreiniging gesaneerd worden tot een stabiele eindsituatie, om de ontwikkeling mogelijk te maken. Een combinatie van zware metalen en VOCl verontreiniging in het grondwater kan prima aangepakt worden door middel van directe injectie met een organisch substraat. Daarmee wordt de anaërobe afbraak van de VOCl’s gestimuleerd en tegelijkertijd vormen zware metalen als nikkel en zink onoplosbare sulfides en worden daardoor geïmmobiliseerd.
Werkzame stoffen worden door een injectielans bevestigd aan een geoprobe onder hoge druk in de bodem gespoten. De hoge injectiedruk zorgt voor een snelle verspreiding van het mengsel in de bodem. Na injectie van het substraat zal allereerst het aanwezige sulfaat omgezet worden in sulfide, waardoor de in oplossing zijnde zware metalen zullen neerslaan. CIS zal worden afgebroken tot VC, waardoor de concentratie CIS daalt en de concentratie aan VC tijdelijk stijgt. Tegelijk zal nog CIS oplossen in het grondwater vanuit de geadsorbeerde fase of door afbraak van PER en TRI dat plaatselijk nog aanwezig is in het grondwater, waardoor ook de CIS concentraties kunnen stijgen. Uiteindelijk treedt volledige dechlorering op tot de onschadelijke eindproducten etheen en ethaan.
Geïnteresseerd hoe GT bodemproblemen oplost met dergelijke technieken?
Klik door naar de factsheets.