Bij in-situ saneringen is monitoring een belangrijk onderdeel. Monitoring is het volgen van het verloop van de verontreiniging in de tijd. Een belangrijk risico is de verspreiding van verontreinigingen naar de omgeving. Of dit proces plaatsvindt bepalen we met behulp van monitoring. Hierbij is de interpretatie van de tijdens de monitoring verkregen gegevens van belang.
Wij gebruiken statistische methoden om objectieve uitspraken te doen over het optreden van trends (afname, toename). Sinds functioneel saneren in de Wet bodembescherming is opgenomen is het saneringsdoel ‘het volledig wegnemen van de verontreiniging’ veel minder aan de orde. We hebben veel vaker te maken met het saneringsdoel ‘stabiele eindsituatie’. Hierbij mag verontreiniging in de grond achterblijven maar de verontreiniging mag geen groter gedeelte van de bodem in beslag gaan nemen. Of een ‘stabiele eindsituatie’ ontstaat tonen we aan met behulp van monitoring. Indien nodig nemen we aanvullende maatregelen zodat de situatie op termijn voldoet aan de criteria van een ‘stabiele eindsituatie’.
Nazorg garandeert dat er geen nieuwe risico’s optreden (bijvoorbeeld verspreiding). Met onze kennis van processen (van bijv. natuurlijke afbraak en immobilisatie van een verontreiniging) kunnen we vooraf goed inschatten of de nazorg tot verdere afname van risico’s zal leiden, waardoor we de bemonsteringsfrequentie drastisch terug kunnen brengen als de risico’s klein zijn. Ook dit onderbouwen we met statistieken.
Meer informatie over Monitoring en nazorg? Neem dan contact op met Robert Heling (projectmanager), telefoon 010 238 28 59 of per e-mail Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. .